Mijn roeping


Houd u aan de morele grenzen die al van oudsher gelden. Kent u iemand die een goed vakman is? Hij zal succes hebben en voor koningen werken. 

Spreuken 22:28-29 


Ik ben afgestudeerd in 1976. Zoals velen van mijn tijdgenoten was ik, in de nasleep van mei 68, niet echt klaar voor het beroepsleven, zeker niet als jurist. Nadat mijn lange haren werden afgeknipt, ben ik dan maar gaan werken als uitzendkracht-handlanger, meestal in de Gentse kanaalzone: Sidmar, Arbed, Kronos... Met 130 frank per uur, en soms een premie van 1,5 frank voor extra vuil werk, kwam ik net rond. 


Extra vuil en ongezond was het wel, bijvoorbeeld toen ik op de Sidmarsite met een touwladder moest afdalen in een donkere silo naast de hoogovens, om de aan elkaar gekoekte kolen los te maken. Eerst gebruikten we een schop, daarna een pneumatische beitel, want het ging niet rap genoeg! Je kan je voorstellen hoe die betonnen silo herschapen werd in een hels tafereel, vol lawaai en kolenstof... 


Werken als handlanger was een leerrijke ervaring vooral omdat ik aan den lijve de soms moeilijke werkomstandigheden van de arbeider "mocht" ervaren. Ook omdat ik leerde hoe het voelt om onderaan de maatschappelijke ladder te staan, zoals toen ik dag in, dag uit, de eetzaal en de toiletten van een grote fabriek proper hield (nadat een poetsdame mij geleerd had hoe ik vakkundig een dweil moest uitwringen). "In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten"  werd heel reëel, maar ook het vers "in alle moeitevolle arbeid zal voordeel zijn". Het klinkt vreemd, maar de arbeidsvreugde was recht evenredig met de moeite - iets wat ik in mijn latere leven ook in andere omstandigheden mocht ervaren. 


Ik had natuurlijk niet het profiel van ongeschoolde arbeider en werd wat vreemd aangekeken door collega's en bazen. Gaandeweg groeide bij mij de overtuiging dat ik klaar was voor een nieuwe periode. Na enkele maanden apotheekbezoek als vertegenwoordiger, kon ik in juni 1978 starten als jurist bij de RVA, weliswaar tot 1983 in een precair statuut. 


Toen het in 1982 niet zeker was of mijn contract nog verlengd kon worden, leek het alsof God mij toesprak doorheen de Bijbeltekst "Kent u iemand die een goed vakman is? Hij zal succes hebben en voor koningen werken". Korte tijd later kon ik op het hoofdbestuur aan de slag gaan en mocht ik de RVA vertegenwoordigen in de "Koninklijke Commissie ter voorbereiding van de codificering, de harmonisering en de vereenvoudiging van de sociale zekerheid...". 


Die Bijbeltekst leek als een knipoog van God en een bevestiging dat Hij mijn leven stuurde. "Voor koningen werken" heeft vanaf dan mijn loopbaan gekenmerkt, want het opstellen van koninklijke besluiten was één van mijn hoofdopdrachten. 


Ook het eerste gedeelte van het vers is mooi: "Houd u aan de morele grenzen die al van oudsher gelden". De tekst verzet zich tegen een opportunistische interpretatie van wetgeving en zou kunnen gelden als de eed van Hippocrates voor juristen.