Onze Vader - een gesprek met God


Een diepgaand gesprek met iemand die je 100% kan vertrouwen, en die bereid is om je ook in moeilijkheden bij te staan, is een grote rijkdom. Een gebed met God lijkt hierop. Het heeft dus niets te maken met het eindeloos repeteren van dezelfde zinnen. Hierna lees je hoe ik dat gesprek ervaar. 

Onze Vader in de hemel

Onze Vader in de hemel,

laat uw naam geheiligd worden,

laat uw koninkrijk komen

en uw wil gedaan worden

op aarde zoals in de hemel.

Geef ons vandaag het brood

dat wij nodig hebben.

Vergeef ons onze schulden,

zoals ook wij hebben vergeven

wie ons iets schuldig was.

En breng ons niet in beproeving,

maar red ons uit de greep van het kwaad.

Amen

Matteüs 6:9-13 NBV

 

Onze Vader …

"Onze" mag dan wel een bezittelijk voornaamwoord zijn, maar het gebruik van de meervoudsvorm toont dat ik die Vader met anderen zal moeten delen. Jezus nodigt mij dus meteen al uit om rond te kijken, en anderen te betrekken bij dit gesprek – al was het in gedachten.

 

Valt mij dat niet wat lastig, als een op zichzelf gerichte mens? Niet, als ik oog heb voor de meerwaarde van al die andere mensen. Die hebben natuurlijk - net als ik - gebreken, maar vooral ook rijkdom. Misschien zal Hij hen gebruiken om mij te helpen in mijn nood. En het werkt ook in de andere richting: misschien ben ik de geknipte persoon om die andere te bereiken.  Wanneer ik in gesprek treed met Hem, moet ik tegelijk beseffen dat ik verbonden ben met vele anderen… want Hij is ook hùn Vader. 

 

Hoewel ik mij in dit gebed fysiek afsluit van de buitenwereld, gebeurt innerlijk het tegendeel: ik open mijn gedachten en mijn hart voor mijn Vader en voor de medemens. Want wanneer ik onverschillig ben voor wat rondom mij gebeurt, dan kan ik niet hopen op een goede verbinding met hierboven.

 

Maar hoe dan ook: die Vader behoort ook mij een beetje toe: Hij is er voor mij! Hij is in mij geïnteresseerd en stelt zich voor mij beschikbaar. En dat zijn niet zomaar woorden, want  Hij heeft "zijn geluk" aan het onze gekoppeld: Jahwehs geschiedenis is onlosmakelijk verbonden met die van de mens.

 

"Onze Vader" is een uitspraak waarmee ik het vaderschap erken, en dus ook het vaderlijk gezag. God gaf mij die godsdienstvrijheid: de vrijheid om Hem al of niet als vader te aanvaarden. Kies ik voor Hem, dan behoort Hij mij toe, maar niet zoals een ingehuurde uitzendkracht of zoals een speeltje. Wel zoals een vader toebehoort aan zijn kind. Ik kan Hem dus niet bevelen en niet "gebruiken". Wanneer ik het Onze Vader bid, accepteer ik dat Hij mijn Schepper is, en erken ik dat Hij mijn Meerdere is op elk gebied en gezag over mij mag uitoefenen.

 

Maar met die woorden "Onze Vader" druk ik vooral ook mijn verlangen uit naar een hechte familiale band. Hij is mijn vader in de rijke relationele betekenis. Hij wil voor mij zorgen, mij beschermen, ...  Hij houdt van mij in goede en kwade dagen, want Hij erkent mij als zijn kind. Voor mij zal Hij door het vuur gaan!

 

Hij neemt mij au sérieux, Hij begeleidt mij naar volwassenheid en gunt mij de vrijheid van een volwassen zoon of dochter die zich verantwoordelijk weet om een deugdelijk leven uit te bouwen en daarbij gaandeweg ook mag beschikken over het familievermogen.

 

"Onze Vader" is dus een aanspreektitel die de toon zet van het gesprek: het wordt geen zakelijk contact, geen beleefdheidsbezoek, geen vrijblijvende informele babbel... Neen, ik ga langs bij iemand die heel veel om mij geeft. En ik zie er naar uit, want het zal mij goed doen. Er vallen wel eens harde woorden - meer dan eens word ik op mijn plaats gezet en geconfronteerd met wat ik fout deed - maar ook dan, voel ik me niet verstoten: ik word door Hem bemind!

die Vader behoort ook mij een beetje toe
die Vader behoort ook mij een beetje toe

Het feit dat we die Vader met anderen moeten delen, roept misschien het beeld op van een drukbezette vader. Iemand die zozeer wordt opgeëist door zijn vele kinderen, dat elk van hen zich moet tevreden stellen met een bescheiden deeltje van zijn aandacht. Zo is het niet, want Gods liefde en vermogen is zo gigantisch dat Hij altijd en overal voor mij beschikbaar is, alsof ik zijn enig kind was. Ook al is zijn familie ontelbaar groot, toch heeft Hij voortdurend bijzondere aandacht voor mij en voor wat mij bezighoudt... zonder dat dit afbreuk doet aan de interesse die Hij ook heeft voor hén. 

Vroeger was zo'n ruim verspreide - en toch geconcentreerde -  goddelijke aandacht wel hoogst ongeloofwaardig, maar voor wie weet hoeveel rekenkracht God aan de hersenen gaf en hoe onvoorstelbaar complex één DNA-molecule is, wordt een Superwezen dat zo kan multitasken wel plausibel! 


… in de hemel

Met de woorden "in de hemel" onderscheid ik de Hemelse Vader van mijn biologische vader. Het wordt dus een gesprek van een andere orde, dan ik gewoon ben: mijn zintuigen zijn hier niet van tel. Ik mag Hem dan wel aanspreken met Vader, maar tegelijk aanvaard ik dat zijn vaderschap met niets van deze wereld, vergelijkbaar is. Want met de woorden "in de hemel" erken ik Zijn grootsheid. Hij overziet alles en is onaantastbaar. Ik denk niet te licht of te goedkoop over Hem: ik respecteer Hem als geen ander.

 

Eerst leek die hemel een plaats, ver van mij verwijderd en dus niet of moeilijk bereikbaar. Gebed was een gesprek naar een smartphone met zwakke ontvangst – een verbinding van slechte kwaliteit met veel storing. Een communicatie die moeilijk tot stand komt en op ongelegen momenten weer afbreekt.

 

Maar nu begin ik te beseffen dat Jezus die woorden anders bedoelde en dat die hemel helemaal  niet ver weg is. Je moet God aanbidden "in geest en waarheid", antwoordde Hij wanneer een vrouw Hem vroeg of zij moest bidden "op de berg Gerizim, of in Jeruzalem".

 

Neen, ik moet niet op bedevaart naar Santiago de Compostela of naar waar dan ook... want mijn Vader is in de hemel. Hij bevindt zich in een dimensie die voor mij bereikbaar is, waar ik mij ook bevind. Eens ik mij innerlijk geopend heb, duiden die woorden "in de hemel" niet meer op afstand, maar op nabijheid. Hij is alomtegenwoordig – wat mij als kind geleerd werd, wordt nu persoonlijke ervaring: Hij is er wanneer ik wandel in de bossen, wanneer ik thuis zit of op kantoor, in de drukte van de trein, midden in het lawaai van de fabriek,… op voorwaarde dat ik er ben "voor Hem".

 

Vader is nabij diegene die Hem zoekt "in waarheid". De verbinding met hierboven is dus slechts vrij van storing, wanneer mijn houding oprecht is. Ben ik aanmatigend en hautain, dan is die hemel héél ver weg, en laat God zich niet vinden. Ben ik bevooroordeeld, dan hoor ik slechts de echo van mijn eigen denken.

de verbinding met hierboven is dus vrij van storing
de verbinding met hierboven is dus vrij van storing

laat uw Naam geheiligd worden

Denk ik negatief over Hem, verwijt ik Hem alle ellende in dit aardse tranendal, en geef ik Hem de schuld van mijn eigen falen, ... dan wordt Zijn naam niet geheiligd, maar door het slijk gehaald. Maar wanneer ik erken dat er in Hem alleen maar licht is, en geen spatje vuil, dan wordt Zijn naam geheiligd.

 

Mijn gebed heeft natuurlijk in de eerste plaats betrekking op mijn eigen houding. Gods naam wordt geheiligd, wanneer ik iets van zijn rijke persoonlijkheid weerspiegel door mijn taalgebruik, mijn levensstijl, mijn handelswijze. Dat lukt niet altijd. Daarom dit gebed!

 

Mijn gebed betreft ook de naaste, de collega's, de familieleden en de ontelbare anonieme wereldburgers. Nu ik ervaren heb, dat Hij ten diepste goed is, kan ik met overtuiging wensen dat ook anderen tot dit inzicht komen, en vervolgens ook Zijn naam zullen heiligen. Ik bid dat God gekend zal zijn zoals Hij werkelijk is, en dat Hij het respect zal krijgen dat Hem toekomt. Ik wens dat het uitspreken van Zijn naam een glimlach op de gezichten brengt en hoop geeft aan hen die het leven niet meer aankunnen. En dat het de sterke arrogante mens, die gewoon is zijn wetten op te leggen en de ander te gebruiken, een toontje lager doet zingen, zodat hij zich dienstverlenend opstelt.

 

Gods naam wordt daarentegen niet geheiligd wanneer Hij wordt genegeerd, of gelijkgeschakeld met andere goden die slechts de aanspreektitel met Hem gemeen hebben  –  blinde en dove creaties van de mens, die wel publiciteit maken voor vrijheid, maar de mens veeleer onderdrukken. God wordt natuurlijk ook omlaag gehaald wanneer Hij – zoals maar al te vaak gebeurt – geassocieerd wordt met machtsmisbruik, of met geweld en horror.

 

Ik bid dus dat ik Hem mag kennen zoals Hij is, en Hem dan de ereplaats geef die Hem toekomt. En ik vraag dat ook mijn medemens gecorrigeerd wordt in zijn godsbeeld zodat dat hij die bijzondere Persoon leert kennen. Ik hoop dat "elkeen zijn waarheid" mag wijken voor dé Waarheid.

 

Ik bid dat God niet gemarginaliseerd wordt  – verdrongen naar de privésfeer –  maar dat Hij op een positieve wijze in het nieuws komt. Niet vertegenwoordigd door fanatici, onevenwichtige mensen of zakkenvullers, maar door onbesproken mensen, die het levend bewijs vormen van zijn boodschap. Zo wordt zijn Naam geheiligd!

een toontje lager zingen
een toontje lager zingen

laat uw koninkrijk komen

"Mijn koninkrijk is niet van deze wereld" verklaarde Jezus tegenover Pilatus. Het koninkrijk waarnaar Jezus in het Onze Vader verwijst, heeft dus niets te maken met het politiek bestel dat we nu gewoon zijn. Uiteraard dragen we – waar mogelijk – ons steentje bij om die maatschappij beter te laten functioneren, en ik kan mij daarvoor inzetten en God vragen dat Hij mij en anderen daarbij helpt.  Maar wat Jezus vraagt, gaat heel wat verder!

 

Gods Koninkrijk wordt in Wikipedia als volgt gedefinieerd: "Het koninkrijk van God (... ook wel koninkrijk der hemelen genoemd) ...  verwijst naar de controle of de soevereiniteit van God over alle dingen, in tegenstelling tot die van aardse machthebbers". Jezus sprak dus de verwachting uit dat God op een later tijdstip over alles zou regeren. Voor het Joodse publiek, dat uitkeek naar de komst van de Messias, was dat de evidentie zelf. Maar de gemiddelde Belg kijkt daar wel anders tegenaan.  Dit gebed is hem te ambitieus en ongeloofwaardig. Hij kan dit gebed niet met overtuiging uitspreken, en gaat beter verder naar de volgende zin van het Onze Vader.

 

Maar wie gelooft dat Jezus komt van bij de Vader, weet dat die koninkrijksgedachte niet geboren werd in zijn fantasie. Jezus spreekt als ooggetuige van een werkelijkheid die mijn stoutste verwachtingen overtreft. Wat Hij bij de Vader heeft ervaren, was een kwaliteit van leven, die niet in woorden is te vatten – een toekomst die overeenstemt met de diepste aspiraties van de mens.

 

Johannes werd een blik gegund in die verborgen opmerkelijke toekomst, en wat hij daar zag, omschrijft hij als het zuiverste goud en het helderste kristal – de duurste woorden van zijn tijd. Die dimensie waarin alles is, zoals het hoort te zijn, bestaat nu reeds, maar ze omvat slechts zeer partieel de mensenwereld. Want God gunt de mens de vrijheid om Hem al of niet toe te laten in zijn leven. En vaak wordt die liefdevolle God op afstand gehouden en onderwerpt de mens zich aan afgoden die hem schaden.

 

Maar Jezus geeft te kennen dat mijn gebroken wereld straks plaats zal ruimen voor die ideale wereld, en dat ik hieraan kan meewerken via mijn handelswijze en mijn gebed. Door dit gebed  neem ik duidelijk positie in:  ik wil Hem niet op afstand houden en stem niet langer blanco. Ik vraag dat Gods management nu al zichtbaar wordt in mijn biotoop – al is het kleinschalig en symbolisch. Ik heet Hem nu reeds welkom als mijn Vader, mijn liefdevolle Metgezel en mijn Alles... en tegelijk verklaar ik uit te kijken naar de tijd waarin dat goddelijk bestuur in volle lengte, diepte en breedte wordt geopenbaard. Ik geloof dus niet in een goddelijk beginsel dat  zich slechts manifesteert in de privésfeer en in een mensheid die zal overleven dankzij de wonderen van de techniek, of door te emigreren naar een andere planeet. Ik geloof in een nieuwe tussenkomst van God in de geschiedenis nadat vaststaat dat de mens echt niet in staat is om zijn problemen op te lossen. Ik zie uit naar die tweede komst van Jezus en naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. 

 

De wereldsituatie anno 2017 ziet er niet zo best uit, maar had Jezus het niet over barensweeën, die een nieuwe geboorte voorafgaan? Er is erg veel ellende in deze wereld en ik kan zoals velen een proteststem uitbrengen en Hem aanwijzen als de grote schuldige. Of ik kan kiezen voor het kwade - uit onwetendheid of zwakheid, uit overtuiging of uit pervers begeren. Het gaat daarbij niet alleen om religieuze fanatici, want het kwade rekruteert in elke cultuur en in elk segment van de maatschappij tal van handlangers. Daarom leert Jezus mij het gebed "laat uw koninkrijk komen". Ik gebruik mijn godsdienstvrijheid om de Vader uit te nodigen zodat, deels in antwoord op mijn vraag, de schade wordt beperkt. Ik vraag dat Hij – de verborgen God – vandaag al op de voorgrond treedt en zich laat kennen als de Rechtvaardige Rechter en de Beschermer van wie wordt onderdrukt.

 

Toegegeven, "Laat uw koninkrijk komen" lijkt mij soms te abstract, te algemeen en te hoog gegrepen. Dan richt ik mijn gebed op het hier en nu: de problemen van vandaag en de onmiddellijke toekomst, mijn directe omgeving... Ik vestig mijn aandacht op iets kleins en vraag dat Hij daarin het verschil zal maken. En ja, ik besef maar al te goed dat Hij niet alle noden lenigt en niet alle verdriet wegneemt. Maar vaak verrast Hij mij, en soms vormt Hij schroot om tot juweeltjes. Zo illustreert Hij in een gevallen wereld zijn ambities. Hij geeft een voorsmaakje, en licht een tip van de grijze sluier die de toekomst voor mijn ogen afschermt.

soms vormt Hij schroot om tot juweeltjes
soms vormt Hij schroot om tot juweeltjes

laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel

In die hemel geschiedt Gods wil: daar heeft het Licht de duisternis verdreven, daar heeft het goede het kwade overwonnen. Jezus wil die overwinning hier en nu gereflecteerd zien.

 

Dit gebed is een pleidooi tegen het fatalisme van wie de strijd al bij voorbaat opgeeft omdat wat God wil, toch zal geschieden. Met zijn oproep tot gebed spreekt Jezus tegen dat goed en kwaad al bij voorbaat vastliggen en dat Gods wil überhaupt geschiedt. Neen, heel veel van wat rondom mij gebeurt, is niet door Hem gewild. Het is het gevolg van wat vrije mensen doen, en vooral nalaten te doen. En God respecteert die vrijheid en komt doorgaans niet ongevraagd tussenbeide in de mensenwereld. Ik moet Hem dus uitnodigen en Hem vragen in te grijpen! Dank zij Jezus' woorden realiseer ik mij hoe hoog God de mens waardeert, dat Hij hem de macht geeft om zijn almachtige hand te bewegen.

 

"Laat uw wil gedaan worden" bid ik, wanneer ik niet goed weet wat vragen. Het leven is complex en mijn inzicht is beperkt. Ik mag Hem uiteraard mijn wensen kenbaar maken, maar mijn ideeën opdringen, zou getuigen van verwaandheid. Ik vraag Hem dus dat Hij het leven in goede banen leidt. Ik vertrouw er op dat Hij achter de schermen waar nodig bijstuurt. Met "Laat uw wil gedaan worden" kan ik niet verkeerd doen. Het is een algemeen geformuleerde zegen, een gebed dat Vader gebruikt zoals Hij wil. Daarom sluit ik vaak met deze woorden mijn vragenuurtje af: ik vraag dit of dat, voor die en die... maar laat alles dan weer los, om het in zijn hand te leggen. Ik schik mij naar zijn wijsheid.

 

Soms heeft die uitspraak een geheel andere teneur. Dan duurt het jaren vooraleer ik die woorden moeizaam uitspreek. Na lang tegenspartelen geef ik mij gewonnen. Eindelijk erken ik dan dat Hij het bij het rechte eind heeft. Met "Laat uw wil gedaan worden" begraaf ik de strijdbijl en geef ik Hem de ruimte om te doen wat goed is, ook al snijdt dit in mijn vlees.

 

geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben

De Joodse dagloner zal dat deeltje van 't gebed goed onthouden hebben. In navolging van Jezus bidt hij nu om werk, zodat hij in zijn noden kan voorzien. En lukt dat niet, dan bidt hij om een aalmoes, zodat wat ontbreekt, aangevuld wordt uit een andere bron.

 

Verwend door l'embarras du choix, besef ik nauwelijks nog dat je ook kan bidden voor alledaagse materiële noden. Onze winkelkar is vaak te klein voor al dat dagelijks brood en - met of zonder God – onze bankkaart doet de rest. Maar aan wie heb ik dat te danken? Wie zorgt voor het graan, voor de regen en zonneschijn? Of is dat te simplistisch? "Geef ons heden ons dagelijks brood" houdt de erkenning in dat Hij niet alleen in den beginne, maar ook vandaag nog schept. Dat Hij alles onderhoudt. Het is het vergeten dankgebed vóór de maaltijd.

 

Is dat dagelijks brood dan zo vanzelfsprekend? Ik google nu de woorden "onder de armoedegrens" en krijgt duizenden resultaten. Ik probeer het maar niet in andere talen! Bovenaan het scherm lees ik "Roemenië: 45 % onder de armoedegrens". Ik klik de website aan, en lees nu een gebed dat tot mij gericht wordt. "Vul de boodschappentas van een arm gezin in Oost-Europa!". Iets verder op de bladzijde "Moldavië: 75 % onder de armoedegrens". Misschien wil God mijn bankkaart gebruiken ten bate van diegene die wel nog bidt om zijn dagelijks brood. Het maakt mij soms onrustig want God beantwoordt het gebed om dagelijks brood bijna steeds via de medemens. Mijn gebed is maar oprecht als ik, voor zover mogelijk, zelf ook bereid ben, mijn bezit met anderen te delen.

 

Jezus moedigt mij aan te bidden voor gewone dagelijkse dingen. Het accent ligt niet langer op het Koninkrijk, maar wel op eigen noden. Weg met die vroomheid – alsof ik ver boven het dagdagelijkse sta! Ik mag – ik moet – ook bidden voor mijzelf. Maar anders dan in de vorige verzen, zie ik hier geen lange-termijn-visie. Ik vraag geen "Win For Life-formule" met levenslang elke maand 5.000 euro. Geen gebed dat, eenmaal verhoord, zorgt voor mijn schaapjes op het droge. Zelfs geen appeltje voor mijn dorst, zodat ik mij – vrij van materiële zorgen – kan gaan wijden aan "hogere belangen". Neen, zo werkt het niet. Er wordt mij hier geleerd vandaag te vragen, wat ik vandaag nodig heb. Niet meer, niet minder. Ik moet van Hem afhankelijk blijven en Hem vertrouwen dat dit dagelijks gebed, ook morgen verhoord zal worden. Vader verkiest dat ik ook morgen, en overmorgen, en de dag daarop... nog eens hij Hem langs kom.

 

Dit gebed gaat dus over de gewone dingen van het leven - die dingen die pas belangrijk worden wanneer ze mij ontbreken. Voedsel en onderdak voor mijn lichaam, en waarom niet... voedsel en onderdak voor mijn behoeftige emoties en mijn hongerige geest? Want "Een mens leeft niet van brood alleen". Mijn dagelijks brood, slaat net zo goed op een vriendelijk woord, om de emotionele tank bij te vullen.  “Brood” mag begrepen worden in de ruime zin van ‘t woord. Het slaat dan niet alleen op materiële dingen zoals huisvesting, een job, geld voor de stijgende elektriciteitsfactuur, voor de auto en voor de verzekeringen... maar ook – en vooral – op mijn nood aan vriendschap.

 

Dit gebed raakt mij nu diep en maakt mij enthousiast, want ik zie een Vader die mij zoveel wil geven! Ik voel Hem nabij en dank Hem glimlachend voor zoveel goedheid. Ook kijk ik vol verwachting uit, hoe Hij morgen in mijn noden zal voorzien.

onze winkelkar is vaak te klein voor al dat dagelijks brood
onze winkelkar is vaak te klein voor al dat dagelijks brood

vergeef ons onze schulden, zoals ook wij hebben vergeven wie ons iets schuldig was

Maar misschien geef ik Hem niet eens de kans, mij te geven wat ik vraag. Ben ik wrokkig, heb ik mij afgesloten voor God of voor de medemens, dan sta ik daar te bidden met gebalde vuisten en kan ik niet ontvangen. Maar nu draai ik niet langer rond de pot: ik vertel Hem wat er fout gegaan is, en ik zeg dat het mij spijt. Ik voel mij vuil vanbinnen en met “Vergeef ons onze schulden” geef ik nu toe, dat ook ik schuldig ben. Ik heb boter op mijn hoofd en kan niet echt vrijmoedig vragen. Ik beroep mij dus op Zijn mildheid of genade.

 

Wat de volgorde in dit gebed betreft, wijkt Jezus af van het klassieke patroon. Meestal komen de verontschuldigingen eerst, en kan het gesprek pas doorgaan nadat de plooien gladgestreken zijn.  Hier is de volgorde omgekeerd. Nu ik dichter in Zijn buurt ben word ik door zijn licht beschenen.  Pas nu besef ik dat er in mijn leven toch wel één en ander fout zit. Wie Hem wil ontmoeten, wordt gemeten naar zijn maatstaf: Wees heilig, want Ik ben heilig. Als ik mij vergelijk met Hem die Alles weggeschonken heeft, heb ik geen reden meer om fier te zijn.

 

Ik vraag niet alleen om vergeving voor "mijn" schuld, maar ook voor "onze" schuld, want ik besef dat ik het, in gelijke omstandigheden, wellicht niet beter zou gedaan hebben dan die andere. Er zit solidariteit in mijn gebed. Het onrecht is een kluwen van verantwoordelijkheden. Ik heb een aandeel in de zonde van mijn naaste! Wellicht zou ik, bij gebrek aan bewijzen, juridisch wel vrijuit gaan - maar dat stelt mij nu niet meer gerust! Voor het Hooggerechtshof kan ik mijn gelijk niet halen met procedurele argumenten! Dat ballonnetje wordt zo doorprikt! Ik schiet tekort op zoveel vlakken... ik ben zijn goedheid helemaal niet waard, en word nu overweldigd door een gevoel van onmacht!

 

Het vervolg van dit gebed "zoals ook wij vergeven... " toont dat het menens is. "Vergeef ons onze schulden" is een holle uitspraak, wanneer het enkel in eigen voordeel wordt ingeroepen. Of God mij gratie schenkt, hangt af van mijn eigen houding. Ik moet de deur openen – niet enkel voor Hem, maar ook voor de medemens. Dan pas heb ik geopende handen en kan ik zelf ook ontvangen. En dat gebeurt ook effectief: niets liever doet Hij dan zijn kinderen in zijn armen sluiten! Ik ervaar nu een gemoedsrust en mijn instelling verandert: niet langer gefocust op een negatief verleden. "Vergeef ons onze schulden" staat nu voor nieuwe kansen. Ik kan loskomen van dit verleden en ben ook bereid om de medemens een nieuwe kans te geven.

ik vertel Hem wat er fout gegaan is
ik vertel Hem wat er fout gegaan is

en breng ons niet in beproeving, maar red ons uit de greep van het kwaad

Ik moet nu de ontgoocheling van het verleden achterlaten. Ik mag niet blijven stilstaan bij mijn falen, maar richt mij op een betere toekomst. Ik hoop Hem morgen blij te maken, maar ik erken mijn kwetsbaarheid en beroep mij dus op zijn bescherming. Ik vraag geen rozengeur en maneschijn, want ik wil mijn bijdrage in de strijd wel leveren. Maar ik vraag nadrukkelijk dat Hij er over waakt, in wat voor situaties ik terecht kom.

 

Ik bid "breng ons niet in beproeving" omdat ik besef dat de wereld mij voortdurend uitnodigt om mijn ego te dienen. Ik moet dus tegen de stroom in roeien, en steeds weer kiezen voor liefde in plaats van bekrompen egoïsme, voor betrokkenheid in plaats van onverschilligheid. Ik wil zuiverheid en geen vervuiling in mijn gedachten, mijn gesprekken en mijn handelen. En alleen, lukt mij dat niet... ik vraag dus goddelijke bijstand. Ik nodig Hem uit naast mij te staan en vraag Hem foute wegen te versperren en klare taal te spreken wanneer het dreigt mis te gaan. Ik vraag dat ikzelf en diegenen die mij lief zijn, niet in situaties terechtkomen, die ze niet aankunnen – niet geconfronteerd worden met verzoekingen, waaraan ze nog niet kunnen weerstaan.

 

Want ik zie rondom mij heel wat mensen – beschadigd door het leven – die grote moeite hebben om de bekoring te weerstaan. Bescherm hen Heer, wees hen nabij, omring hen met goede vrienden en geef hen innerlijke veerkracht, zodat zij het leven aankunnen en de juiste keuzes maken. Wanneer ik besef hoe het kwaad de mens kapotmaakt, roep ik tot U om verlossing. Ik zie zoveel ellende, en wil niet zelf de oorzaak zijn van nog meer verdriet. Verlos mij van het kwaad – soms diep in mij geworteld. En verlos ons van de kwade machten, die zo vaak, in onze maatschappij, de agenda lijken te bepalen.

 

Maar Heer, ik laat al die vragen nu even rusten, om gewoon rustig bij U te zijn! Ik wil U trouwens heel nadrukkelijk danken voor al hetgeen ik reeds mocht ontvangen en ik wil mijn bewondering voor U uitspreken. Mag ik nog even genieten van uw aanwezigheid? Misschien legt U iets in mijn gedachten?

 

Amen.

Zo, dat was het. Ons gesprek heeft mij deugd gedaan. Ik ben blij, mijn God, dat ik U nog eens mocht ontmoeten! Alles staat weer op een rij. En morgenavond zoek ik U weer op, want we zijn nog lang niet uitgepraat, en ik weet dat U er, net als ik, naar uitkijk!

 

Tot morgen, Vader! See you, Jesus!