Gods visitekaartje


Gods visitekaartje bevatte bij de aanvang de cryptische omschrijving 'IK BEN DIE IK BEN'. Maar die naam werd van bij de aanvang al aangevuld met de omschrijving ‘de God van Abraham, Isaak en Jakob’. De anomieme God zoekt contact met mensen en zijn naam werd gaandeweg ook meer en meer gespecificeerd, niet via een naam zoals die van de Egyptische goden, wel via titels, werkwoorden en adjectieven. Hij is Koning, Hij beschermt, Hij is de Almachtige. Maar God wil beter gekend zijn en hoe kan Hij dat beter doen, dan door zelf mens te worden? Doorheen Jezus doet God de maximale inspanning om te openbaren wie Hij is. Door Jezus krijgt God een menselijk gezicht en wordt Hij ook concreet aanspreekbaar met een gewone naam.

wie bent U eigenlijk?

Hierboven staat een afdruk van Gods visitekaartje. Het werd "gedrukt" zo’n 3500 jaar geleden, en je vindt het in het boek Exodus.  Om die vreemde lettertjes te ontcijferen gaan we te rade bij Mozes. Want wanneer hij door God in de woestijn wordt aangesproken, vraagt hij Hem om Zijn naam: 'Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen hen zeg dat de God van hun voorouders mij gestuurd heeft, en ze vragen: “Wat is de naam van die God?” Wat moet ik dan zeggen?’ (1) Een gesprek met een onbekende start veelal met die vraag, ofwel worden na afloop visitekaartjes uitgewisseld.

 

Enkele eeuwen eerder waren de zonen van Jakob, om aan de hongerdood te ontkomen, als vluchteling toegekomen in Egypte. Hun godsbegrip was toen erg vaag: zij hadden nog geen goddelijke wet en ook geen eredienst. Wanneer Mozes vraagt ‘Hoe heet Gij?' wenst hij dus niet alleen de naam te kennen, maar wil hij ook weten wie God eigenlijk is. Is Hij wel in staat de Israëlieten te helpen in hun confrontatie met de Farao? Kan Hij het opnemen tegen zo’n overmacht aan afgoden en magiërs?  Want 400 jaar eerder, ten tijde van de immigratie, waren de Israëlieten welkom in Egypte, maar intussen was het tij gekeerd en werden zij als slaven mishandeld.

intussen was het tij gekeerd en werden zij als slaven mishandeld
intussen was het tij gekeerd en werden zij als slaven mishandeld

IK BEN DIE ER ZIJN ZAL

Gods antwoord verrast een beetje. 

"Toen antwoordde God hem: IK BEN DIE ER ZIJN ZAL. Zeg daarom tegen de Israëlieten: IK ZAL ER ZIJN heeft mij naar u toe gestuurd. ... Zeg tegen hen: De HEER heeft mij gestuurd, de God van uw voorouders, de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob. En hij heeft gezegd: Zo wil ik voor altijd heten, met die naam wil ik worden aangeroepen door alle komende generaties." (2)


De naam die God opgeeft, is eigenlijk geen naam. Wou God naamloos blijven? Duidelijk niet, want waarom zou Hij dan toenadering tot Mozes zoeken?


Gods antwoord is cryptisch en de Bijbelvertalers hebben het er moeilijk mee. Want de hiervoor vermelde vertaling kent meerdere varianten: Ik ben die ik ben, Ik ben degene die er altijd is, Ik zal zijn, die ik zijn zal, Ik zal er zijn, zoals ik er ben! Ik ben die er is...

'IK BEN DIE ER ZAL ZIJN' werd geschreven met de letters JHWH, want het oude Hebreeuwse schrift bevatte geen klinkers. En omdat er geschreven werd van rechts naar links staan de vier letters voor ons in omgekeerde volgorde. Voeg je klinkers toe, dan krijg je JAHWEH of JEHOVAH. Orthodoxe Joden spreken deze naam niet uit, als teken van respect voor deze God ‘buiten categorie’. Consequent hiermee vervangen sommige Bijbels de letters JHWH door de titel Adonai, wat het Hebreeuwse woord is voor ‘Heer’. Ook in Nederlandstalige vertalingen zoek je tevergeefs naar Jahweh. 


de garantie die Mozes meekrijgt

Een naam is in de Bijbel vaak meer dan een aanspreektitel. Hij verwijst dan naar de voornaamste kenmerken van de persoon en dat is ook hier het geval. ‘IK BEN DIE ER ZIJN ZAL’ houdt in dat God de tijd overstijgt. Het maakt duidelijk dat God geen creatie is: Hij is onveranderlijk en eeuwig, kent begin, noch einde. Hij bestond, bestaat en zal altijd bestaan! Dat contrasteert met de Farao, want die is de zoveelste in rij, in de zoveelste dynastie van heersers die komen en die gaan. Mozes’ Opdrachtgever zit op een ander en hoger niveau. Dat is de garantie die Mozes meekrijgt en die de Israëlieten ervan moet overtuigen dat hun God in staat is de belofte van bevrijding waar te maken.


Wellicht wou God ook, door zich te distantiëren van de klassieke naamgeving, duidelijk maken dat Hij niet thuishoort in de lange rij van afgoden. Hij is werkelijk God, en zo is er maar één. Hij staat buiten en boven de wereld van het veelgodendom: Hij die is, kan op geen enkele wijze vergeleken worden met Amon-Ra, Astarte, Isis, Ra en konsoorten. De Farao mag dan wel de belangrijkste aandeelhouder zijn van de piramides en de opperbevelhebber van een machtig leger, de God van Mozes is de eigenaar van het heelal!


Duizend jaar later komt Plato (ca. 427 - 347 v. Chr.) in zijn dialoog Parmenides trouwens ook tot de conclusie dat Gods natuur niet te vatten is en dat aan God geen naam kan worden toegekend. Dat sluit mooi aan bij hetgeen God zei aan Mozes. 

Via een naam wordt iets of iemand gedefinieerd. Maar elke definitie is tegelijk een inperking, en wanneer we God proberen te omschrijven, kunnen we Hem slechts zo groot maken als ons eigen voorstellingsvermogen - dat wil zeggen veel te klein! De omschrijving JHWH op Gods visitekaartje overschrijdt echter alle definities en is niet cultureel gebonden: ze overstijgt tijd en ruimte en past net zo goed in een primitieve cultuur als in onze hoogtechnologische maatschappij. Met de beste wil van de wereld: zoiets kan je toch niet zeggen over de Egyptische afgoden, over hun Griekse collega's zoals Zeus en Bacchus of over Thor - de Noorse dondergod!


Hij hoort niet thuis in een lange rij van afgoden
Hij hoort niet thuis in een lange rij van afgoden

alles wat mij betreft, is relatief

Voor God geldt ‘IK BEN’ - een absolute stelling waar je niets kan aan toevoegen en niets kan van afdoen. Voor ons mensen geldt ‘ik zou moeten worden, wie ik bedoeld ben te zijn’. Die bedoeling wordt dan niet door mijzelf bepaald, maar door mijn Maker. Wat ik ervan terecht breng, is afhankelijk van de cultuur waarin ik opgroei, mijn opvoeding, mijn omgeving én mijn eigen keuzes… Alles wat mij betreft, is relatief en moet vermeld worden in de voorwaardelijke zin. Het is riskant om over mijzelf of anderen te spreken met te grote stelligheid. Want wat vandaag is, bestaat morgen misschien niet meer. 


Jezus reageerde scherp tegen de grootspraak van mensen die veel geld verdiend hebben en er nu eens van willen profiteren - een discours die we ook rondom ons soms horen. 

Dan zal ik tegen mijzelf zeggen: Zo, wat je nu aan voorraad hebt liggen, is voor jaren! Rust eens uit, ga lekker eten en drinken en neem het er maar goed van. Maar God zei tegen hem: Jij dwaas! Nog deze nacht wordt je leven van je opgeëist, en al die voorraden, voor wie zijn die dan? (3)


Onze toekomst is afhankelijk van zoveel factoren, waarvoor geen mens borg kan staan. Daarom ging in vorige generaties het spreken over de toekomst vaak gepaard met ‘Als ’t God belieft’ of bij de intellectueel  met ‘Deus volus’. De relativiteit van het menselijk leven blijkt ook uit de waarschuwing om zijn vertrouwen niet in mensen, maar op God te stellen (4)  en om zijn huis niet op zand te bouwen, maar op een beter fundament (5). De instabiliteit van de financiële wereld en van de internationale politiek kunnen dat alleen maar bevestigen. 

de grootspraak van mensen die veel geld verdiend hebben
de grootspraak van mensen die veel geld verdiend hebben

naamloosheid

Wij mensen hebben een voornaam die ons eigen is, en een familienaam die naar het verleden wijst, want wij heten Janssen, Vandenbossche, Van Damme of Declercq. Misschien leidt die naam tot een positief a priori, misschien roept hij vooroordelen op, want de naam zegt iets over de afkomst of het beroep van onze voorouders, over het volk waartoe we behoren, over onze roots en onze nationaliteit...


Dank zij die naam worden wij als persoon erkend en krijgen wij een plaats in de familie en in de maatschappij. Wie in China als zoveelste kind geboren werd en ondergronds moet blijven wegens de één-kind-politiek of wie een paria is in India, leeft soms zonder officiële naam en wordt zo uitgesloten uit het sociale leven.


Soms wordt een mens om een andere reden zijn naam ontzegd. Die naamloosheid duidt op de weigering om de mens te erkennen als persoon. Gevangenen in de concentratiekampen hadden slechts een nummer en dat was één van de vele tekenen van ontmenselijking. De weigering om een mens te benoemen beduidt dat men hem wil reduceren tot een ding dat in de weg staat. In zijn autobiografisch boek ‘Ik had geen naam’ beschrijft Dave Pelzer hoe zijn aan de drank verslaafde  moeder weigerde hem aan te spreken met zijn naam. Een schrijnend verhaal, maar het is tegelijk boeiend en hoopgevend hoe Pelzer er toch in slaagde om mens te worden. Gods naamloosheid ‘JHWH’ is natuurlijk van een gans andere orde en wijst op de onmacht van de mens om Hem op adequate wijze te benoemen.

soms wordt een mens zijn naam ontzegd
soms wordt een mens zijn naam ontzegd

waarom vraagt gij mijn naam?

IK BEN DIE IK BEN, is dan wel een cryptische benaming, maar die uitspraak werd van bij de aanvang al aangevuld met de omschrijving ‘de God van Abraham, Isaak en Jakob’. Ook al kennen wij zijn naam niet, de Oneindige kent ons of zoals Jezus zegt: Hij roept zijn eigen schapen bij naam. (6)


Van Jakob is bekend dat hij op een nacht vocht met (de engel van) God en dan verplicht wordt zijn naam te zeggen. Maar wanneer Jakob zijn tegenstander hetzelfde vraagt, dan zegt deze ‘waarom vraagt gij mijn naam’. (7) Jakob blijft het antwoord schuldig en de naam van die Andere wordt dus niet geopenbaard. 


Dat incident lijkt wat op de ontmoeting tussen IK BEN en Mozes, want in beide situaties blijft de Tegenpartij naamloos en dus niet te vatten. Ook in de ontmoeting met Jakob wou God niet geplaatst worden in de lange rij van afgoden. Want indien (de engel van) God zijn naam had prijsgegeven, had Jakob die naam wellicht gebruikt voor eigen eer en glorie. Weet je met wie IK strijd gevoerd heb?! Maar door zo te spreken, zou hij God verlagen tot een afgod die hij kan gebruiken


Wanneer je iemands naam kent, kan je die persoon voor je eigen kar spannen, en ook God kan zo misbruikt worden. Dat typeerde de religieuze leiders ten tijde van Jezus. Het geloof naar zijn hand zetten en het zich verrijken op Gods kap is trouwens een probleem van alle tijden.


Jakobs vraag naar de naam van de tegenspeler behoefde geen antwoord. Overbodige vragen zijn typerend voor de boom der kennis. Ze houden ons bezig en leiden dan de aandacht af van hetgeen echt relevant is - van de boom des levens. Hoe vaak is het niet dat je na het lezen van een krant of na een Tv-programma, vaststelt dat mensen zich bezig houden met dingen die er weinig toe doen en dat je zelf ook niets hebt bijgeleerd, alleen je schaarse tijd verloren hebt en misschien ook pulp hebt binnengehaald.

God voor je eigen kar spannen
God voor je eigen kar spannen

de litanie van duizend namen

De Nederlandse filosoof Cornelis Verhoeven vat in het volgend citaat het onderwijs over JHWH mooi samen:

"Is niet iets dergelijks ook het geval, wanneer Jahweh zich tegenover Mozes noemt 'IK BEN', 'DE ZIJNDE' of 'IK ZAL ZIJN DIE IK ZIJN ZAL'? Is dit niet het afweren van elke naam als te voortijdig, een reduplicerend uitstel van identiteit? De oudtestamentische mens durfde de naam van zijn god niet uitspreken, zozeer was hij overtuigd van de gecompliceerdheid van zijn wezen. God is naamloos, maar zijn anonimiteit is het tegendeel van afwezigheid; zij is geladen met oneindig veel mogelijkheden van benaming. Er is alleen een keuze tussen het verzwijgen en de litanie van duizend - en dus altijd te weinig - namen".


Verhoeven heeft dat prachtig neergeschreven, maar de laatste zin vraagt een vervolg. De naamloze God werd gaandeweg meer en meer omschreven. Niet via een eigennaam, maar wel via tal van titels. ADONAI of HEER is wellicht de meest gebruikte. God werd ook aan het werk gezet want zijn naam werd verbonden aan allerlei werkwoorden. Hij beschermt, troost, staat bij en onderwijst. Hij is de God die voorziet in onze noden en Hij geneest. 


God werd verder ook bekleed met adjectieven, denk maar aan de Almachtige en de Allerhoogste. Superlatieven werden niet geschuwd, en dat is logisch want al wat we over Hem te zeggen hebben, is een understatement. En omdat God alles overspant, vinden we titels en adjectieven die thuishoren in zowat alle levenssferen. Hij is de Koning en de Knecht, de Hogepriester, de Bevelvoerder en de Herder. Maar de relatie tussen God en mens wordt ook vergeleken met de besloten warme sfeer van de geliefden. Als je van iemand houdt, dan MOET je complimenten geven en die vind je overvloedig terug in het Hooglied. En zo kreeg de naamloze God een litanie van duizend namen. Het sobere visitekaartje is nu indrukwekkend aangevuld.

als je van iemand houdt, dan MOET je complimenten geven
als je van iemand houdt, dan MOET je complimenten geven

de naamloze God was niet tevreden met al die interpretaties

Buiten de anonieme naam IK BEN DIE IK BEN, zijn de beschrijvingen grotendeels antropomorfisch. We proberen God te verklaren door Hem menselijke kenmerken toe te kennen. Via menselijke titels en eigenschappen wordt gepoogd om, zo goed en zo kwaad als het gaat, God in beeld te brengen. Het Joodse volk deed dat behoorlijk goed, mede dank zij Gods interventie via de profeten. 


In vele godsdiensten was de voorstelling een antipode van wie God is: God werd een misvormd onbetrouwbaar wezen, soms gekenmerkt door wreedheid en lust, waar niemand zijn kinderen aan zou toevertrouwen. Een mensenlichaam met een dierenkop of omgekeerd. 

De naamloze God was niet tevreden met al die interpretaties. Hij wou gekend zijn zoals Hij werkelijk is, en hoe kon Hij dat beter doen, dan door zelf mens te worden en zo uit de anonimiteit te treden? Doorheen Jezus doet God de hoogst denkbare inspanning om te openbaren wie Hij is. Door Jezus krijgt God een menselijk gezicht en wordt Hij ook concreet aanspreekbaar met een gewone naam, die dan uiteraard opnieuw wordt aangevuld met andere titels en omschrijvingen. 


Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’  (8)


‘De maagd zal zwanger zijn en een zoon baren, en men zal hem de naam Immanuel geven,’ wat in onze taal betekent ‘God met ons’. (9)


Op velerlei wijzen en langs velerlei wegen heeft God in het verleden tot de voorouders gesproken door de profeten, maar nu de tijd ten einde loopt heeft hij tot ons gesproken door zijn Zoon, die hij heeft aangewezen als enig erfgenaam en door wie hij de wereld heeft geschapen. In hem schittert Gods luister, hij is zijn evenbeeld, hij schraagt de schepping met zijn machtig woord; hij heeft, na de reiniging van de zonden te hebben voltrokken, plaatsgenomen aan de rechterzijde van Gods hemelse majesteit, ver verheven boven de engelen omdat hij een eerbiedwaardiger naam heeft ontvangen dan zij. Tegen wie van de engelen heeft God immers ooit gezegd: ‘Jij bent mijn zoon, ik heb je vandaag verwekt’? (10)

een misvormd onbetrouwbaar wezen
een misvormd onbetrouwbaar wezen

Jezus vulde IK BEN steeds weer aan met nieuwe woorden

Jezus’ komst betekent een breuklijn. Gedaan met de onduidelijkheid over wie God is! Gedaan met de angst om God direct aan te spreken! Jezus leert ons dat we JHWH mogen benoemen als VADER. Als Gods evenbeeld vult Hij IK BEN steeds weer aan met nieuwe woorden.

IK BEN ...

... het brood dat leven geeft

... het licht der wereld

... de deur voor de schapen

... de goede herder

... de opstanding en het leven

... de weg, de waarheid en het leven

... in de Vader, en de Vader is in Mij

... de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer

... de alfa en de omega

... het die is, die was en die komt, de Almachtige

... de eerste en de laatste

... de stralende morgenster (11) 


Het zijn straffe uitspraken waarbij goddelijke status wordt geclaimd, maar Jezus liet het niet bij woorden: alle titels, adjectieven en werkwoorden die Jahweh werden toegedicht, en alle hiervoor geciteerde aanspraken werden in de praktijk omgezet. Hij gaf onderwijs en beantwoordde moeilijke levensvragen, hij zorgde voor een radicale ommekeer ten goede in tal van levens. Hij vermenigvuldige voedsel, stilde de storm, genas en bevrijdde de zieken. Hij schold de schulden kwijt... en Hij gaf zijn leven voor zijn vrienden.  Zo werd Hij de levende illustratie van die onbenoemde God wiens wezenskenmerk goedheid en liefde is. 


Die duidelijkheid roept ook weerstand op. Want zolang gebruik gemaakt wordt van de algemene benaming 'God', kan elkeen daaraan een eigen invulling geven. Maar Jezus versmalt de brede weg. Hij expliciteert wie God werkelijk is en wat Hij van de mens verwacht, en Hij confronteert zijn publiek met een keuze: voor of tegen.  Dat is één van de redenen waarom je in de media wél geregeld over God hoort praten, terwijl tegelijk die naam van Jezus angstvallig gemeden wordt.

aangevuld met steeds weer nieuwe woorden
aangevuld met steeds weer nieuwe woorden

hoeveel grootspraak is er niet

Hiervoor werd het al gezegd: definities kunnen reducerend werken en een naam maakt iemand kwetsbaar. Dat ervoer Jezus aan den lijve: zijn naam werd geëerd, maar ook door het slijk gehaald. Dat gebeurde toen, en het gebeurt tot op vandaag. Hoeveel grootspraak is er niet? Mensen die het God eens zullen zeggen, cabaretiers die bij gebrek aan betere humor Jezus’ naam en woord misbruiken, cartoons en reacties in de media waarin Jezus’ doen en laten belachelijk wordt gemaakt...


De bijbel maant op heel wat plaatsen aan tot voorzichtigheid. Nadat God aan Mozes zijn naam had meegedeeld, gaf Hij in de Tien Geboden de waarschuwing om die naam niet ijdel te gebruiken. Vandaag maakt dat nog weinig indruk. Het levert je op vele fora zelfs bijval op als je Hem tegen de schenen stampt. Maar wie zich met God wil meten werd dus  gewaarschuwd. 


In het Onze Vader spoort Jezus zijn volgelingen aan te bidden ‘Geheiligd zij uw naam’. Dat sluit aan bij die Tien Geboden. Het respect voor Gods naam en dus voor zijn persoon, hangt ten dele samen met de handelswijze van de christenen. Want wanneer zij het slechte voorbeeld geven, wordt Gods naam besmeurd. Dat is wat doorheen de kerkgeschiedenis gebeurd is. En ook onze generatie werd geteisterd door allerlei schandalen. Maar als christenen hun familienaam eer aan doen, en een levend bewijs zijn van Gods liefde, dan wordt zichtbaar wie God werkelijk is, en dan wordt zijn naam geheiligd.


Hij illustreert dat met een nieuwe naam

Om af te sluiten hebben we het over naamsverandering. Vandaag moet je daarvoor naar de FOD Justitie en mits gegronde reden raak je een naam die kwalijke associaties oproept, kwijt. 


Helemaal anders is de naamsverandering in de Bijbel. Soms lees je daar dat een roeping gepaard gaat met een verandering van naam. God geeft dan een nieuwe naam, en dat toont dat we meer zijn dan de vrucht van vorige generaties. Hij ziet in een mens veel meer dan alleen de erfgenaam van een bepaalde opvoeding en cultuur. Zo werd Jakob ISRAËL, Saulus PAULUS en Simon PETRUS. Simon leek voorbestemd voor een leven als kleine zelfstandige visser, maar God had een andere toekomst voor ogen, en illustreert dat met een nieuwe naam.


Straks gebeurt met al wie behoort tot Gods familie iets dat daarop lijkt. Het huidige tijdperk wordt dan afgesloten, en het nieuwe start met een andere naam. In het laatste Bijbelboek deelt God geschenken uit: … een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve diegene die het ontvangt (12). De geheimhouding toont dat die nieuwe naam geen identificatiemiddel is, om in een rijk gevulde hemel mensen van elkaar te kunnen onderscheiden. Neen, het is een koosnaampje dat gebruikt wordt tussen twee geliefden, waar de buitenwacht geen weet van heeft. En dat gepersonaliseerde edelsteentje leert ons dat we straks niet opgaan in een onpersoonlijk energetisch veld - opgeslorpt door het AL. Ons lichaam mag dan wel tot as vergaan en dienen als grondstof in een verdergaande cyclus, de herboren geestelijke mens overleeft de dood. We zijn en blijven unieke personen die ook later met God verbonden zijn via een persoonlijke liefdesband. Paulus schrijft hoe christenen van Korinthe in de toekomst God volledig zullen kennen, zoals ze zelf gekend zijn.  (13)  En wat voor hen gold, kan ook voor ons gelden:  straks vatten we de diepe betekenis van de duizend namen!





(1) Exodus 3:13 (NBV)
(2) Exodus 3:14 - 15 (NBV)
(3) Lucas 12:19-20 (GNB) 
(4) Jeremia 17:5)
(5) Matteüs 7:21 - 27
(6) Johannes 10:3
(7) Genesis 32:30
(8) Lucas 1:31 - 33 
(9) Matteüs 1:23
(10) Hebreeën 1:1 - 5
(11) Johannes 6:35, Johannes 8:12, Johannes 10:7, Johannes 10:11, Johannes 11:25,Johannes14:6,Johannes 14:11, Johannes 15:1, Openbaring 1:8, Openbaring 1:17, Openbaring 22:16
(12) Openbaring 2:7
(13) 1 Korintiërs 13:12