Een bewogen weekend

Pasen: een te mijden onderwerp?

 

Deel 1 - De kern van het christelijk geloof

Pasen - een bewogen weekend

een buitengewone precedentswaarde

Indien de terechtgestelde Jezus werkelijk terug levend is geworden, dan moet Hij onderscheiden worden van alle andere bekende en minder bekende mannen en vrouwen uit de geschiedenis. Niemand heeft Hem dat voor- of nagedaan, behalve dan sommige mythische figuren. Evenmin heeft iemand anders van zichzelf beweerd dat zoiets zou gebeuren. 

De verrijzenis van Jezus behoort tot de kern van het christelijk geloof. Die verrijzenis bewijst niet enkel dat Jezus’ straffe uitspraken over mens en God niet als grootspraak mogen worden weggezet. Maar die gebeurtenis heeft ook een buitengewone precedentswaarde: wat bij Hem gebeurd is, kan zich nadien bij ons herhalen.

Jezus’ straffe uitspraken
Jezus’ straffe uitspraken

De verrijzenis bewijst dat de dood niet het einde is van alles en vormt de garantie dat er leven is na de dood. En dan gaat het niet om een voortbestaan in een afgezwakte etherische vorm, of om golven die nazinderen nadat de bron is uitgedoofd. Integendeel, wat Jezus ons na die verrijzenis laat zien is een voortbestaan in een grandioos versterkte vorm. Evenmin is het een leven dat met verlies van identiteit overgaat in een ander leven. Neen Paulus blijft Paulus en Nelson Mandela blijft Nelson Mandela, maar dan bevrijd van de beperkingen van het fragiele lichaam met zijn begrensde houdbaarheidsdatum.

de begrensde houdbaarheidsdatum
de begrensde houdbaarheidsdatum

wat kunnen we antwoorden?

De consequenties van het verrijzenisgeloof zijn zo radicaal en verstrekkend dat we ons best wel kritisch mogen afvragen of we zeker zijn van onze zaak. Want wie vandaag nog in de verrijzenis gelooft, zit echt wel in een minderheidspositie. Wat kunnen we antwoorden op de kritieken en op de vele vragen? Daar zijn natuurlijk dikke boeken over geschreven, maar kunnen we het voor de haastige lezer ook uitgelegd krijgen in een niet te lange commentaar?  

 

Rik Torfs, Bekende Vlaming, kerkjurist en voormalige rector van de KU Leuven, zegt dat Pasen sinds de jaren 70 van de vorige eeuw voor theologen een te mijden onderwerp is geworden. Waarom? Omdat in de jaren 60 alle tradities in vraag werden gesteld, en veel theologen de verrijzenis gingen beschouwen als een traditie zonder historische grondslag.  Wonderen zijn niet meer te rijmen met het moderne denken en met onze wetenschappelijke kennis, klinkt het dan. Het moeten dus wel mythes zijn, en de lichamelijke verrijzenis van Jezus is dan hetzelfde lot beschoren. 

een te mijden onderwerp
een te mijden onderwerp

 

Maar theologen aarzelden om dat luidop te zeggen, want de consequenties voor het christelijk geloof zijn immens, aangezien die verrijzenis in de voorbije 2000 jaar altijd gezien werd als het centrale thema. Zonder verrijzenis valt de ganse geloofsbelijdenis in het water en is het christelijk geloof niet langer uniek. Het wordt dan een van de vele manieren van zingeving in het leven.

 

Verstandige mensen meden daarom die Bijbelteksten, of ze zochten naar een “creatieve interpretatie van het verhaal”. De jongste jaren werd de schroom om vrijuit te spreken heel wat minder. Niet enkel bij theologen, maar ook bij diegenen die voorgaan in de kerkdiensten. De verrijzenis staat nu bijvoorbeeld symbool voor het feit dat er na regen zonneschijn komt, en dat er in moeilijke situaties altijd wel een uitweg kan gevonden worden. Dat is een mooie gedachte, maar om tot die conclusie te komen, heb je natuurlijk geen verrijzenis nodig. 


de meest beklagenswaardige van alle mensen

Dat “Pasen” in de jaren 70 een te mijden onderwerp werd, heb ik zelf ook gemerkt want ik studeerde toen net als Rik Torfs aan de KU-Leuven, maar dan enkele jaren eerder. Ik kreeg ook les van dezelfde theoloog - waar Rik Torfs naar verwijst - de prof die leerde dat de verrijzenis nooit had plaats gevonden. Dat zal ik nooit vergeten, want ik heb toen gereageerd op zijn uitspraken. Dat leidde tot enige discussie, waarbij ik een passage heb voorgelezen waarin Paulus concludeert dat de christen die niet gelooft in de opstanding, de meest beklagenswaardige is van alle mensen. Paulus overdrijft misschien een beetje, maar hij onderstreept zo dat hij het écht wel meent. En hij voegt er nog iets aan toe dat klinkt als een eigentijds credo: “Wanneer de doden toch niet worden opgewekt, kunnen we maar beter zeggen: Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.”  Zonder verrijzenis moet je als christen de boeken sluiten.

Ik kreeg les van dezelfde theoloog - Emiel Mertens
Ik kreeg les van dezelfde theoloog

grondstof voor nieuw leven

We zijn nu bijna 50 jaar verder en de overtuiging dat de verrijzenis een legende is, is nu wijdverspreid. Buiten de kerkmuren zijn er nog weinig mensen die in een opstanding van het lichaam geloven. En ook binnen de muren van de traditionele kerken is er heel veel twijfel. Meestal hoor je op begrafenisdiensten erg voorzichtige uitspraken over het leven na de dood. Maar onlangs hoorde ik hoe die mogelijkheid expliciet ontkend werd. Neen, we vinden troost in het voortleven in de gedachten van de nabestaanden, en in het feit dat we tot stof vergaan, en zo grondstof aanreiken voor nieuw leven.

 

de verrijzenis is een legende
de verrijzenis is een legende

 

Het is een te schrale troost, zeker voor die christenen die vandaag zwaar te lijden hebben omwille van een fysieke of sociale handicap, of die omwille van hun geloofsovertuiging vervolgd worden. Zo’n visie maakt de verkondiging van het evangelie inhoudsloos, en het geloof zinloos - dixit Paulus.

troost voor wie zwaar te lijden heeft - Matteüs 5:11-12
troost voor wie zwaar te lijden heeft

niet alleen ondenkbaar, maar ook ongewenst

1Korintiërs 15:3-19

De hiervoor vermelde uitspraken van Paulus, staan vermeld in zijn eerste brief aan de Korintiërs. In een exposé van circa 800 woorden licht hij de verrijzenis toe. Wat leren we uit die uiteenzetting? We zien vooreerst dat de verrijzenis van het lichaam ook toen geen evidentie was. Want Korintiërs waren Grieken, en die beschouwden het sterfelijke lichaam als een gevangenis voor de onsterfelijke geest. In het boek Handelingen lezen we de reactie van de Atheners op Paulus’ uitleg over de opstanding: “Sommigen dreven daar de spot mee, terwijl anderen zeiden: Daarover moet u ons een andere keer nog maar eens vertellen.” Voor de Grieken is de opstanding niet alleen ondenkbaar, maar ook ongewenst. Een nieuw lichaam krijgen na de dood, leek voor hen echt geen vooruitgang.

het lichaam als een gevangenis - Plato
het lichaam als een gevangenis

 

Korinthe was bovendien ver van Jeruzalem verwijderd. Geen Korintiër had Jezus die zo’n 24 jaar daarvoor gestorven en verrezen was, ooit ontmoet. Paulus gaat daarom uitvoerig in op de vele getuigen die de opgestane Jezus hadden gezien. De oplijsting van getuigen is niet volledig, want Paulus laat de vrouwen even buiten beschouwing, aangezien hun getuigenis in de toenmalige cultuur niet als bewijs werd aanvaard. 


Pasen - een bewogen weekend